Irene

Ik weet natuurlijk wannéér, en waar. Maar nog steeds, zelfs na al die tijd, is het voor mij één groot raadsel hoe het gebeurde. Hoe het kón gebeuren. Had ik iets anders kunnen doen? Ik geloof graag van niet. Sommige krachten zijn nu eenmaal sterker dan wijzelf. Verlangen kan een onschuldige zonde zijn, soms zelfs een deugd, maar zeker niet incidenteel is het een vorm van geweld. Verlangen kan je opvreten, met huid en haar verslinden en halfverteerd weer uitspugen. Om nog maar te zwijgen over liefde. Verliefdheid is per definitie een desastreus en onvermijdelijk verschijnsel; een noodlottige, zondige predestinatie die slechts enkelen onder ons bespaard blijft.

Die eerste ontmoeting.
Hij leek zo onschuldig. Terwijl de inhoud van mijn doorweekte tas uitgebreid werd doorgelicht door de bewaking, probeerde ik de natte slierten haar die langs mijn gezicht hingen tevergeefs te fatsoeneren. Nadat ik de norse bewaker duidelijk had gemaakt dat ik mijn dictafoon toch echt nodig had voor het interview, mocht ik plaatsnemen in de wachtruimte. In mijn hoofd nam ik nog één keer de vragen door.

Na enkele minuten ging de deur van de wachtruimte krakend open. Ik stond op, en in plaats van naar een geitenwollen sok van middelbare leeftijd – ik realiseerde me pas dat ik dat beeld van haar had toen het niet bleek te kloppen – keek ik naar een kleine vrouw met ontelbaar veel zomersproeten op haar vriendelijke gezicht. Haar lange rode haren had ze losjes in een paardenstaart bijeen gebonden. Door haar gitzwarte wimpers keken twee glinsterende, groene ogen me aan toen we elkaar een hand gaven. Dit was het moment. Hier had ik me moeten losrukken. Ik had moeten rennen, zo hard en zo ver mogelijk. Maar dat deed ik niet.

Ze nam me mee naar haar kantoor en bood me een stoel aan. Met trillende handen haalde ik mijn notitieboekje uit mijn tas en kwam er toen achter dat de pen door de bewaking uit de ringband was gehaald. Ik voelde mijn wangen rood aanlopen. Glimlachend haalde ze een ballpoint uit de bovenste la van haar bureau en reikte hem aan. Met een schaapachtige grimas op mijn gezocht pakte ik het schrijfgerei van haar over en ik voelde haar vinger kort over de rug van mijn hand gaan. Een scherpe steek schoot door mijn onderbuik en in een reflex trok ik mijn arm terug: één van de laatste vergeefse pogingen van verzet.

Ik had dit interview tot in den treure voorbereid: de avond ervoor had ik het zelfs nog geoefend met mijn vrouw, maar ineens was het alsof alles in mij op slot ging. Dit was een verloren zaak. Van het gesprek herinner ik me niets meer. Geen vragen, geen antwoorden, slechts het gaatje in haar blouse waar ooit een knoopje had gezeten.

Hoewel ik van mijn baas duidelijk de opdracht hadden gekregen om na het interview direct te vertrekken, accepteerde ik het aanbod van een rondleiding door de gevangenis. Zwijgzaam volgde ik haar door de gangen van de instelling. Koortsachtig probeerde ik te luisteren naar haar uitleg over de functie van de multidisciplinaire samenwerking, de opbouw van de afdelingen en de voor- en nadelen van de bureaucratische protocollen, maar tevergeefs. Ze leek te zingen op een onhoorbare melodie en alles wat ik hoorde waren de tonen van haar zachte stem. Ik verstond geen woord van wat ze zei en had alleen maar aandacht voor de manier waarop ze een pluk haren achter haar oor streek, hoe ze af en toe haar lippen bevochtigde, hoe er zich in haar gezicht kleine rimpeltjes vormden als ze haar groene ogen lichtjes samen kneep. Alles in haar gezicht trok aan mijn hart en ze wist het. Ze speelde met me.

We reden samen terug naar Amsterdam, want zij bleek daar ook te wonen. Toen ze me afzette bij het centraal station, bedankte ik haar voor de lift en ze wenste me veel succes het uitwerken van het interview. Ik zag hoe haar auto rechts afsloeg bij de stoplichten. Met mijn laptoptas in mijn hand en mijn gevoelloos geworden voeten in de sneeuw zag ik haar met een rotgang mijn leven weer uitrijden. Dacht ik. Was dat maar zo.

De tweede ontmoeting.
De duivel droeg Prada en Chanel No. 5 en schonk een cabernet sauvignon uit 2009. Een dodelijke combinatie, zouden de naïeven graag beweren. Maar dat was het niet. Nee, omstandigheden zijn slechts bliksemafleiders en externalisatie is voor de zwakkeren der samenleving. Willen wij werkelijk het gevoel hebben enige invloed te kunnen uitoefenen op onze toekomst, dan is het noodzakelijk om zo eerlijk mogelijk te zijn, tegen onszelf welteverstaan: het is immer en altijd die verdomde eigen wil die ons geschonken is, die ons de das om doet.

We praatten over haar werk, over haar man en haar kinderen, over de zwangerschap van mijn vrouw. De onderwerpen deden een andere omstandigheid vermoeden, maar de ambiance verried onze intenties: het vermeden thema hing dreigend in de slechts door kaarsen verlichte kamer en trok als een dichte sluierbewolking langzaam over onze hoofden. Ik dacht hem te horen knisperen in het haardvuur, maar misschien was het enkel mijn geweten dat tegensputterde terwijl het langzaam verschroeide.

Het is moeilijk terug te halen, hoe snel de avond en daarmee de beneveling vorderde. Zij was gaan liggen op haar donkerblauwe sofa en haar lange haren lagen als een bronzen tapijt gedrapeerd over haar blote schouders. Ze wenkte me, eindelijk, en als een blinde volgeling deed ik wat ze van me vroeg. Haar wens was mijn bevel, en haar bevel was mijn wens. Haar satijnen jurk gleed geruisloos van haar lichaam alsof het hier een goddelijke toestemming betrof, ofschoon wie zwijgt natuurlijk slechts líjkt toe te stemmen. Quae volumus, credimus libenter.

De rest is geschiedenis. Hoe mijn tong geen genoeg kreeg van haar gifzoete lippen, hoe mijn handen verslaafd raakten aan haar zijdezachte huid en hoe ik in trance raakte van haar hese stem, die enkel mooie woorden fluisterde. Hoe ze het vuur in mijn lichaam wist op te stoken tot een hoogtepunt waarbij ik even vreesde het leven te laten. Hoe dat hoogtepunt abrupt werd verstoord door zware stappen in de gang en hoe slechts luttele seconden daarna de kamerdeur openvloog.

Hoe ik in een paar uur mijn baan, mijn trouwring en mijn waardigheid verloor. Verliefdheid is per definitie een desastreus en onvermijdelijk verschijnsel; een noodlottige, zondige predestinatie die slechts enkelen onder ons bespaard blijft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close